home.gif (977 bytes)contact.gif (995 bytes)search.gif (987 bytes)whatsnew.gif (1021 bytes)sitemap.gif (1004 bytes)

Warmoes & Associates - Knowledge Solutions

Verstandige fans zien beter

Of we nu ingenieurs zijn, wetenschappers of informatici, bij de goegemeente hebben we het imago van rationeel denkende mensen. Toegegeven, we zijn trots op die rationaliteit, en dat lijkt me ook waardevol. Maar zijn we echt wel zo rationeel?

Al in mijn studententijd, meer dan vijftien jaar geleden, leken de informatici verdeeld in twee kampen: de voorstanders van de programmeertaal C vochten vaak en hevig met die van het Pascal-kamp. Toen ik wat later begon te werken, woedde de strijd tussen de fans van de Mac en de PC. Bij Apple liepen zelfs heuse ‘evangelisten’ rond die de ‘blijde boodschap’ moesten uitdragen. En vandaag lijkt de browseroorlog tussen Netscape en Microsoft net over zijn hoogtepunt: enkele Amerikaanse inquisiteurs willen Gates nu op de brandstapel. Zou het verbazing wekken indien sommige informaticaclubjes in het parlementaire rapport over de sekten voorkwamen?

Mijn rationeel verstand, overgoten met een Vlericks managementsausje, zei me al gauw dat je je technologie kiest naargelang het probleem dat je wil oplossen (kwaliteitsmensen noemen dat tegenwoordig QFD — Quality Function Deployment). Er is niet zoiets als de ‘beste’ technologie op zichzelf: het hangt af van de context. En daarenboven is het belangrijk om als hooggeschoolde over abstracte vaardigheden te beschikken: het gaat bijvoorbeeld in de eerste plaats om objectgeoriënteerd programmeren, zelfs OO-denken, en talen zoals C++ of Smalltalk zijn (maar) concrete voorbeelden.

Het viel me echter op dat jonge afgestudeerden het daar moeilijk mee hebben. Ze hadden het vol vuur over de nieuwe features van Borlands C++ versus de C++ van Microsoft. Als je dan begon over abstractie en de relativiteit van producten, leek dat hun pret te bederven. Ja, je zou het zelfs een begin van demotivatie kunnen noemen. Zo leerde ik dat het ‘fan’ zijn van een technologie een heel belangrijk positief effect heeft: mensen zijn ergens pas echt goed in als ze er rotsvast in geloven en met hart en ziel in hun technologie opgaan. Het is dan veeleer de taak van de manager om de omgeving te creëren waarin dat fanatieke goed gedijt, zonder kwaad te kunnen.

Maar er is meer. Denk aan ons dieptezicht. Elk van onze ogen krijgt een vlak beeld. Deze tamelijk gelijkende beelden bevatten toch enkele cruciale verschillen. Onze hersenen lossen die ‘contradicties’ op door dieptezicht te creëren. Op analoge wijze ontstaat ook diepte-inzicht. Door eenzelfde probleem op te lossen met twee verschillende technologische hulpmiddelen (C++ en Smalltalk bijvoorbeeld), krijg je een ‘concreet’ beeld van de ‘abstracte’ vaardigheid OO-programmeren. Je ontwikkelt concreet dieptezicht evenmin vanuit de theorie over dieptezicht, laat staan door er een ‘preek’ over te krijgen. Ook het stimuleren van diepte-ervaring is een taak voor de manager. Maar niets houdt de ‘verlichte’ intellectueel tegen om zelf dergelijke ervaringen op te zoeken, met net genoeg gelijkenis en net genoeg verschil. Zo ontstaat in de diepte wat men vandaag ‘kerncompetentie’ noemt. Nieuwe ‘oppervlaktecompetenties’, zoals een nieuwe OO-taal, leer je dan ook veel sneller.

Waar ieder van ons ook staat in zijn ontwikkeling, uiteindelijk zijn we allemaal wel érgens fan van. Van dieptezicht bijvoorbeeld.

 

Copyright © Warmoes & Associates BVBA
Webmaster  -  webmaster@warmoes.com
Last modified: februari 16, 2006